Login                    Nieuwsbrief  |   Agenda   |   Vacatures   |   Forum   |   Advies   |   Adverteer   |   Zoek
TPM bij Bel Leerdammer in 2018
Bron: Procesverbeteren.nl
TPM: Geoliede organisatie
Task cards TPMIndirecte voordelen van TPM bij Bel Leerdammer

Door Dr Ir Jaap van Ede, hoofdredacteur Procesverbeteren.nl, 07-05-2018

Onderhoud op basis van Total Productive Maintenance (TPM) leidt in de kaasfabriek van Bel Leerdammer in Wageningen niet alleen direct, maar ook indirect tot kostenbesparingen. Dankzij de gestegen kennis over de machines komen er nu veel minder leveranciers over de vloer voor onderhoudsbeurten. Bovendien daalde de hoeveelheid reserveonderdelen met 50%.

Onderhoudsmanager Martijn Veerman adviseert machine-leveranciers om TPM niet als een bedreiging te zien - we kunnen minder service leveren - maar als een káns. Ook pleit hij voor meer aandacht bij de Regionale Opleidingscentra voor de rol van toekomstige monteurs en operators bij TPM.


In de Leerdammer kaasfabrieken startte reeds in 2006 een ‘World Class’ verbeterprogramma, zie het kader. Toen dit na enkele jaren een succes bleek, werd deze aanpak vanaf 2013 naar alle productielocaties van Fromageries Bel uitgerold.

‘Aanvankelijk noemden we het World Class Operations Management’, vertelt Martijn Veerman. ‘Dat is echter een soort merknaam voor de World Class-aanpak van adviesorganisatie Efeso. Zij begeleidden destijds de concernbrede uitrol. Tegenwoordig heet ons verbeterprogramma Boost. Wij willen dat het nu echt iets van onszelf wordt. Daartoe we willen steeds meer zelf gaan doen, waaronder het verzorgen van de opleidingen. De betrokkenheid van Efeso zal nu langzaam worden afgebouwd.’

WorldClass en TPM
De term ‘WorldClass’ verwijst naar een verbeterprogramma waarin tegelijk wordt gestreefd naar het verbeteren van de machineproductiviteit (met TPM), de doorstroom (met Lean) én de kwaliteit (met Six Sigma). Eén van de verbetermethoden vormt daarbij dan het fundament. In voedingsmiddelenfabrieken, waarin vaak veel kapitaalsintensieve machines staan, is dat fundament vaak TPM oftewel Total Productive Maintenance. Ook bij Fromageries Bel is dat het geval.

TPM helpt Bel Leerdammer om hun dure machinepark maximaal te benutten
TPM helpt Bel Leerdammer om hun dure machinepark maximaal te benutten

Eén van de belangrijkste doelen van TPM is professioneel onderhoud, in dienst van de productie. De TPM-management pilaren planned maintenance (PM) en autonomous maintenance (AM) zorgen daarvoor. De eerstgenoemde pilaar, PM, houdt in dat je storingen zo veel mogelijk voorkomt via preventief onderhoud. AM betekent dat operators klein onderhoud zelfstandig (autonoom) gaan uitvoeren, zonder aanwezigheid van monteurs.

> meer over WorldClass en TPM


Voorop
Binnen de Fromageries Bel groep loopt de Leerdammer fabriek in Wageningen al jaren voorop qua Total Productive Maintenance (TPM). Dit geldt nog sterker voor de toepassing van planned maintenance (PM) en autonomous maintenance (AM), zie ook het kader hierboven.

Martijn Veerman, die afgelopen november begon aan een nieuwe uitdaging bij Codi International, was maar liefst 20 jaar actief in de Wageningse kaasfabriek. De laatste jaren had hij er de functie van onderhoudsmanager.

Hulpmiddel 1 voor autonoom onderhoud: Inspectiemarkeringen
Hulpmiddel 1 voor autonoom onderhoud (door operators):  Inspectiemarkeringen


In de laatste tien jaar steeg de productiviteit in de Leerdammer fabriek sterk, maar dat was niet het enige effect van TPM. Die verbetermethode leidt namelijk niet alleen rechtstreeks tot besparingen – minder machinestilstand betekent minder productieverliezen  –  maar ook indirect!

Er komen bijvoorbeeld minder frequent machine-leveranciers over de vloer. ‘Vergelijk het met de Efeso-adviseurs, die we tegenwoordig ook steeds minder vaak zien’, vertelt Veerman. ‘Doordat je steeds meer zelf doet en daarvan leert, heb je steeds minder externe mensen nodig.’

Eigenaarschap
‘Vroeger zagen operators hun machines nog niet als iets waar ze medeverantwoordelijk voor waren. Bij storingen drukten ze als het ware op een knop, en dan kwam er een monteur. Autonomous maintenance houdt in dat de operators veel meer zélf gaan doen. Bijvoorbeeld schoonmaken, smeren, inspecteren en aandraaien. Dit zorgt voor een gevoel van eigenaarschap. Bovendien zijn de operators vaak de eersten die storingen zien aankomen. Ook kunnen zij kleine reparaties zelf uitvoeren, zoals het plaatsen en spannen van een nieuwe tandriem bij een transportband.’

Hulpmiddel 2 voor autonoom onderhoud: Inspectieroutes
Hulpmiddel 2 voor autonoom onderhoud:  Inspectieroutes als gids


Autonoom onderhoud is efficiënter en sneller dan altijd meteen de hulp inroepen van een monteur. ‘Dankzij autonomous maintenance verschuiven onderhoudstaken naar de operators. Hierdoor houden de monteurs tijd over voor complexere en meer uitdagende onderhoudstaken. Een voorbeeld? Bij de dieptrekkers, dit zijn machines die kaasplakken verpakken, kwam vroeger regelmatig de leverancier langs om een onderhoudsbeurt uit te voeren. Tegenwoordig doen onze monteurs dat’

Goede relatie houden
Vervalt de garantie dan niet?, vraag ik. ‘Nee, dat is geen probleem. Wel neem je de leverancier natuurlijk werk uit handen. Sommige leveranciers waren daar niet meteen blij mee, voor hen zijn het gederfde inkomsten. Als we één machine hebben bij elk van onze vier productielijnen, dan kon het zo maar zijn dat we hier om de week twee man over de vloer hadden voor het onderhoud. Dit komt nu veel minder voor.’

Het is belangrijk om een goede relatie met je machine-leveranciers te houden. ‘We willen onderdelen bij hen kunnen blijven bestellen, en hun hulp kunnen inroepen bij technische problemen waar we zelf niet uitkomen. Daarom laten we soms nog een deel van het onderhoud door hen uitvoeren. Ook blijven we soms originele onderdelen bestellen, zelfs als we die ook lokaal kunnen inkopen.’

Hulpmiddel 3 voor autonoom onderhoud: Eénpuntslessen (korte werkinstructies)
Hulpmiddel 3 voor autonoom onderhoud: Eénpuntslessen (korte werkinstructies)


Kans
Sommige machineleveranciers zien de verschuiving van de onderhoudstaken ook als een káns. ‘Zij bleken nieuwsgierig en kwamen kijken hoe we dat eigenlijk deden, onderhoudsbeurten zelf uitvoeren. Vervolgens concludeerden ze dat dit bij andere bedrijven soms ook zou kunnen. Trainingen om zelf onderhoudsbeurten te geven werden daarna een selling point voor hun machines, met een lagere cost of ownership in het verschiet. Het voordeel voor de gebruiker is daarbij niet alleen kostenbesparing op het onderhoud. Ook wordt de beschikbaarheid van de apparatuur groter. Bij storingen hoeft immers niet eerst de leverancier te worden gebeld.’

Veerman denkt dat machine-leveranciers die het zelf uitvoeren van onderhoud aanmoedigen, uiteindelijk het beste af zijn. ‘Het idee om onderhoud te willen doen, enkel om daar aan te verdienen, wordt ouderwets.’

Ontvang samenvattingen van onze diepgaande praktijkverhalen
Wilt op de hoogte blijven van nieuwe artikelen?
Drie voordelen van gratis registratie:
  1. Elke twee maanden een nieuwsbrief met samenvattingen (maar natuurlijk geen andere mail)
  2. Alle artikelen altijd meteen en volledig lezen (sommige artikelen zijn deels afgeschermd voor niet-geregistreerden)
  3. Toegang tot 300+ praktijkcases procesverbetering
  4. Berichten op het forum kunnen plaatsen en opmerkingen toevoegen aan artikelen

Onnodig complex
Pakweg éénderde van de machine-leveranciers denkt nog traditioneel, schat Veerman in. ‘Zij voegen steeds meer functionaliteit toe aan hun machines. Niet omdat het moet, maar omdat het kán. Dat maakt de machines onnodig complex en storingsgevoelig.’

De meerderheid van de leveranciers begrijpt inmiddels wél wat productiebedrijven willen: machines die robuust zijn. Die eigenschap is immers nodig in Lean productiestraten. Die zijn kwetsbaar vanwege de geringe tussenvoorraden: als één machine weigert, dan valt de hele productielijn stil.

‘Je wilt daarom een machine die extreem weinig storingsgevoelig is. En als er toch een storing optreedt, dan wil je zélf gemakkelijk kunnen vaststellen welk onderdeel er moet worden vervangen. Dat is nóg een reden, waarom je liefst zo min mogelijk machineonderdelen wilt! Ook wil je defecte onderdelen zelf kunnen wisselen. En tenslotte wil je nog liefst dat dit, in het kader van autonoom onderhoud, gedaan kan worden door een operator zonder uitgebreide monteursvaardigheden.’

Om storingen te voorkómen wil je ook kunnen voorspellen wanneer onderhoud nodig is, zodat je preventief kunt ingrijpen op een moment dat jou dat uitkomt. ‘De opbouw van de machines moet daartoe inspectierondes door de operators vergemakkelijken. Denk aan plexiglas afdichtingen, waar je doorheen kunt kijken. Ook wil je dat operators niets hoeven na te zoeken. Daarom moeten sensoren niet alleen een meetwaarde laten zien, maar ook of die zich nog in het groene gebied bevindt.’

Hulpmiddel 4 voor autonoom onderhoud: Plexiglas afdichtingen t.b.v. inspecties
Hulpmiddel 4 voor autonoom onderhoud: Plexiglas afdichtingen t.b.v. inspecties


Early Equipment Management
Bij beslissingen tot de aanschaf van nieuwe machines moet je al meenemen of - en hoe - je die gemakkelijk zélf kunt onderhouden. Binnen TPM heeft dit Early Equipment Management (EEM).

In het kader van EEM zou het eigenlijk handig zijn als machine-leveranciers alvast schema’s zouden leveren voor het uitvoeren van autonoom en preventief onderhoud. En dan niet in generieke manuals, maar toegespitst op de context waarin de machine straks wordt gebruikt. ‘Zo ver is het nog niet. Ik zie echter wel een toenemende interesse van de leveranciers in de manier waarop wij een zo groot mogelijke productiviteit nastreven.’

Fromageries Bel ontwikkelde een stappenplan voor EEM, met als doel op onderhoudsgebied niets over het hoofd te zien. ‘Dat idee bleek echter te ambitieus. Je moet niet alles willen specificeren, tot de kleur van de beveiligingshekken aan toe. We hebben het stappenplan daarom ingeperkt tot de belangrijkste punten. Denk bijvoorbeeld aan de tijdige beschikbaarheid van handleidingen. Ook vragen we leveranciers en opleiders om onderhoudsactiviteiten te demonstreren.’

Hulpmiddel 5 voor autonoom onderhoud: Task cards voor planning van inspecties
Hulpmiddel 5 voor autonoom onderhoud: Task cards voor inspectie en schoonmaak


Daling reserveonderdelen
Naast het feit dat er minder vaak een beroep op machine-leveranciers hoeft te worden gedaan, is er nóg een indirecte besparing dankzij TPM: de hoeveelheid reserveonderdelen daalde met 50%.

‘Als je onderhoud heel goed uitvoert, dan worden bijna alle storingen vermijdbaar’, stelt Veerman. ‘Duurdere componenten bestellen we daarom pas, als we het falen daarvan zien aankomen. Vergelijk het met een auto: daarbij leg je toch ook niet zelf een voorraad reservebanden aan? Kunnen we een onderdeel zelf niet vervangen, dan is het überhaupt zinloos om dit op voorraad te leggen. De leverancier kan zo’n onderdeel dan immers meegeven aan hun monteur. Onnodige voorraden leggen beslag op je werkkapitaal, verouderen, en worden soms niet gebruikt en dan afgeschreven.  Daarom hebben we eigenlijk alleen nog reserveonderdelen van dingen die relatief vaak kapot gaan en die makkelijk zijn te verwisselen. Denk aan lagertjes en tandradjes.’

De voorraden reserveonderdelen zijn met 50% gedaaldDe voorraden reserveonderdelen zijn met 50% gedaald


Traditioneel wordt er vaak veel voorraad van reserve-onderdelen aangehouden voor zogenaamde “A-machines”, machines die de meest belangrijke functies in het productieproces vervullen.

‘Dat geeft je echter slechts schijnzekerheid. Juist bij belangrijke apparatuur moet je zorgen dat je een expert wordt in het zélf onderhouden daarvan. Daaruit vloeit dan weer voort dat je storingen leert zien aankomen, onderdelen pas op dat moment hoeft te bestellen, en deze zelf omwisselt.’

Bij machines die geen cruciale rol vervullen, denk aan heftrucks, is het veel minder zinvol om je in het onderhoud daarvan te verdiepen. ‘Bij storingen kun je dan beter gewoon de leverancier bellen!’

Activiteit
Onderhoud is geen afdeling, maar een activiteit in dienst van de productie, benadrukt Veerman. ‘Operators en monteurs vervullen daarbij andere rollen, maar streven een gezamenlijk doel na: de productiviteit bewaken, en deze steeds verder verbeteren. Dat aspect moet je blijven benadrukken, vooral als er nieuwe mensen op je werkvloer komen. Onlangs gingen we hier van een drie naar een vier ploegen dienst. Ik heb toen veel energie moeten steken in het uitleggen van TPM en de rol van autonoom onderhoud daarbij.’

Een operator van Bel Leerdammer voert een inspectie uit
Een operator van Bel Leerdammer voert een inspectie uit


Vier ploegen dienst
Door die overgang naar een vier ploegen dienst wordt er nog even gewacht met een nóg diepgaandere invulling van autonoom onderhoud. ‘We wilden daartoe een deel van onze operators gaan opleiden tot technische operators. Het oplossen van problemen, én het verhelpen van storingen zouden daarna hun belangrijkste taken worden. Monteurs zouden dan nog maar weinig nodig zijn, en onze productieteams vrijwel volledig autonoom. Omdat er veel nieuwe operators moesten worden opgeleid, waren onze meest ervaren operators daar echter veel tijd aan kwijt. Tijd om hen extra monteursvaardigheden aan te leren was er daardoor niet. ’

‘Toch willen we nog steeds dat de productieteams zoveel mogelijk zelfstandig gaan opereren. Daarom hebben ze nu één vaste monteur als aanspreekpunt. Die persoon lost technische problemen op, en hij of zij neemt ook deel aan gesprekken over de invulling van autonoom onderhoud. Dit vergroot ook de betrokkenheid van de monteur bij het betreffende fabrieksgedeelte.’  

Een ervaren operator leidt een nieuwe operator opEen ervaren operator leidt een nieuwe operator op


Opleidingen
Veerman zou graag zien dat de ROC-opleidingen voor aankomende operators en monteurs meer aandacht gaan besteden aan TPM. ‘Als nieuwe operator moet je je onze invulling van autonoom onderhoud eigen maken. Daarbij zou het veel helpen als je al weet wat dat is, en wat de achtergrond ervan is. Voor monteurs geldt iets soortgelijks. Het zou nuttig zijn als zij in hun opleiding alvast zouden leren hoe ze kennis aan operators kunnen overdragen. Ze hebben in het kader van TPM immers óók een coachingsrol.’

‘Tenslotte zou ik graag zien dat monteurs wordt bijgebracht om met zo min mogelijk middelen, storingen zo duurzaam mogelijk te verhelpen. Denk bij dat laatste bijvoorbeeld aan het zoeken naar de root cause van storingen. Technische vaardigheden hebben nieuwe monteurs vaak wel, maar dat soort inzichten ontbreken.’

> zie ook: Leveranciers hebben geen kaas gegeten van continu verbeteren (over Bel Leerdammer in 2013)
> zie ook: TPM bij SuikerUnie en Philips

Hulp nodig bij de implementatie van TPM?

Verwijzen naar dit artikel op internet?
Gebruik als link: http://www.procesverbeteren.nl/TPM/Bel_Leerdammer_TPM_2018.php